Kijk, zoveel komt er tussen de kieren van de vloerplanken door in drie maanden bouwen. Opgevangen in het ruisende plastic in de slaapkamer. Stof, gruis, splinters en dooie beesten.
Zonder bouwen valt er natuurlijk ook van alles doorheen - langzamer maar toch: deze oogst van drie maanden zou toch ooit op ons hoofd gevallen zijn. Je krijgt er wel erge aandrang van om met de kitspuit alle kieren dicht te zetten.
Eindelijk is ie gekomen, de stucadoor. Twee mannen die alles wit en strak gaan maken.
De aanloop was het afplakken. Alom spreekt men met een mengeling van ontzag en afschuw over de stucadoors, als soort. Hun werk is moeilijk en onontbeerlijk - maar ze gaan naar verluidt als beesten tekeer.
Bij wijze van voorzorg is al wat in hun buurt komt en niet gestuct hoeft zorgvuldig afgeplakt. Dat duurde twee dagen ook door de minutieuze aanpak, met stukjes papier aan elkaar geplakt met rekbaar kleefband.
Waarom papier, vroegen wij ons? En deze mozaiekbenadering? Waarom geen lap plastic om de balk geslingerd? Overblijfselen van een oude stucadoorstraditie waarmee jonggezellen hun doorzettingsvermogen moesten tonen?
De balken zien er uit of ze een lapje om hebben met heel veel pleisters. Maar de stucadoors kunnen onbezorgd rauzen, morgen dan.
Vandaag hebben ze gefilmd: de gipsen wanden gladgestreken waar naden en schroefgaten zaten. Muren met mazelen!
In de tuinkamer zit je bijna buiten maar liefst zonder koude voeten. In een warme vloer werd de afgelopen dagen voorzien. Eerst werd de hele vloer volgelegd met vele meters slang die spiraalvormig om zichzelf kronkelde. Het slangenveld strekte zich uiteindelijk over de hele aanbouw uit.
Daar gaat straks water doorheen, voor de vloerverwarming. Intrigerend genoeg wordt het dan vastgezet met prikkelstrikjes, met enge punten die zó een slang lek kunnen prikken. Waarom geen zachte rubbertjes, of touwtjes, of handige binddingetjes van het tuincentrum?
De dag erna kwam er een nóg grotere auto dan ooit tevoren, die een complete cementfabriek was, en twee stoere types. Met een dunne slang zogen zij water hun mobiele fabriek in, met een dikke werd cement de aanbouw in geperst. Die slang deed stuiptrekkend z'n werk zodat ze er met twee laarzen op moesten staan om 'm in bedwang te houden. Daarna smeerden ze het met lange latten glad.
Het ritme van cementproductie, spuiten en smeren was strak en snel. Ze hadden het heel veel vaker gedaan, samen met hun monsterauto. Hún auto, versierd met trotse portretten van cementsmeerders.
Nu gaat het beton harden en dan gaat de vloerverwarming aan en het water lopen. Dan zullen we merken of de enge strikjes echt niks hebben doorgeprikt. Maar we vertrouwen gewoon op al die mannen, met hun ervaring, die om beurten roepen dat het 'helemaal goed komt'.
Eindelijk zijn ze allemaal weg, die buizen en planken voor de ramen, en de hekken en linten langs de straat. Auto's kunnen weer recht voor het huis langs, en de deuren en ramen open. Wat een ruimte er ineens weer is!
Er is een spoor van schreven en dingetjes achtergebleven. Ons plaatsje ziet er treurig uit, deze regenachtige dagen. Met scherven en haakjes van de dakdekkers, en witte schuimblobjes als stuifzwammen tussen de herfstbladeren.